Dag 2: Welke schat heb ik aan te bieden?

Lieve mensen, soms komen er gedachten in ons denken die er niet thuishoren. Ben ik wel goed genoeg? Doe ik er wel toe. Ben ik wel geliefd? Ben ik wel iets waard? Wat heb ik te bieden? Weet dat je een parel in Gods hand bent, een geliefde dochter of een geliefde zoon van de allerhoogste! Reken af met deze gedachten en laat onderstaand verhaal een voorbeeld voor je zijn, dat hoe klein en onbeduidend je ook denkt dat je inbreng is, God heeft ook jou iets gegeven, wat je Hem terug kan geven tot eer en glorie van Zijn naam en tot zegen voor velen!

Johannes 6: 1-11
Op een dag is Jezus bezig met het onderwijzen van een hele grote groep mensen aan het meer van Galilea. Het onderwijs duurt lang, langer dan gedacht misschien, het loopt uit zou je kunnen zeggen en Jezus begint zich zorgen te maken om de mensen, de menigte. Ze hebben wellicht honger. Hij vraagt zijn leerlingen om iets te regelen, om brood te gaan kopen. Maar, zoals wel vaker, is er niet voldoende geld en al was er voldoende geld, waar moesten ze dan het brood gaan kopen, er was niet bepaald een Bakker Bart in de buurt.

Een jongen
En je zou er haast overheen lezen: er is hier wel een jongen. Hij had gemakkelijk kunnen wegduiken, zich verstoppen achter de cijfers zoals Filippus doet. Anoniem blijven onder de duizenden, zoals iedereen. Afschermen en bewaren wat hij bezat. Niemand zou hem erop hebben afgerekend. Toch is dat niet wat hij doet. Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen. Jezus had kunnen zeggen: tja, dat is inderdaad niet veel soeps jochie. Daar gaan we de oorlog niet mee winnen. Ga maar even opzij, laat mij maar even fiksen. Hij had het ventje terzijde kunnen schuiven zoals volwassenen dat soms doen. Ga jij maar weer naar je moeder, dit is meer iets voor de grote mensen.

Een teken
Maar dat is niet wat er gebeurt hier. We lezen dit: Jezus nam de broden, sprak het dankgebed uit en verdeelde het brood onder de mensen die er zaten. Jezus maakt gebruik van wat er voor handen is. Hij neemt dat, zegent het, breekt het en geeft het terug. Het begon allemaal met dat ene jongetje dat zijn schamele bezit legde in de hand van de Heer. Deze wonderlijke vermenigvuldiging van brood en vis wordt door Johannes nadrukkelijk een teken genoemd. Een teken dat heen wijst naar deze man zelf, die zichzelf zal laten nemen, breken en geven als het brood van het leven. Dit hele machtige gebeuren begint bij een jongetje met een broodtrommeltje dat bereid is om dat kleine beetje dat hij heeft door Jezus te laten nemen, zegenen en breken. En door die beslissing om het aan Jezus te geven maakt hij het verschil in het leven van velen.

Wat heb je wel?
Jezus brengt ons in situaties en ontmoetingen waarin er iets van u, van jou, van mij wordt gevraagd. En als ik in de stress schiet, allerlei uitvluchten zoek, als ik bedenk wat ik allemaal niet heb en niet kan zegt Jezus tegen jou en mij: Ik vraag je niet wat je allemaal niet kan en niet hebt. Hij stelt ons die ene vraag die Markus bij dit verhaal noteert: hoeveel hebben jullie wel, ga eens kijken. Wat heb je wel? Geef dat nu maar aan mij. Dan kan ik er iets heel moois mee doen. Wat jij delen wilt, dat zal ik vermenigvuldigen.

Denk vandaag eens na over de schat die jij met je meedraagt, die jij te bieden hebt. Dit kan een talent zijn, een gave die je mag inzetten. Dit kunnen middelen zijn die je kan aanbieden of geven. Maar het zou ook tijd kunnen zijn, luisteren, met iemand praten, iemand ondersteunen etc. Denk niet dat het niet veel voorstelt, want zoals je hierboven hebt gelezen: wat jij wilt delen, zal Hij vermenigvuldigen!

Peter Peeters